maandag 25 november 2013

VROUWENDAG

Het Vrouwen Overleg Komitee groepeert individuele vrouwen van diverse strekkingen die zich feministisch en maatschappijkritisch opstellen. Het is een pluralistische en open organisatie die kritische reflectie koppelt aan concrete actie.
Sinds 1972 is deze feministische denktank de drijvende kracht achter de jaarlijkse nationale vrouwendag die telkens op 11 november wordt aangericht.
Reeds voor “Vrouwendag 2012” werd de stadsdichter door de voorzitster van de plaatselijke afdeling benaderd met de vraag een gedicht te schrijven voor deze prachtige gelegenheid.
Op mijn vraag werden mij ter inspiratie enkele (!) slagwoorden aangereikt: gezondheid, onderwijs, voorbehoedsmiddelen, gezinsplanning, vrouwenarbeid, seksualiteit, voeding, verkrachting, toestand vluchtelingenkampen, vrouwen in de politiek, economie, sociale leven, cultuurbeleid, godsdienst en of leerstelling, leger, milieu, sport, opvoeding kinderen, omgaan jongeren, probleem van de vergrijzing.
Maar het mocht ook gaan over dansen, theater, grappig zijn, zich mooi maken, kleding, lichaamsverzorging of gezond leven…
Kies maar uit deze kleine lijst "vrouwenproblemen" leek de voorzitster mij uit te dagen
Hoe onmondig de stadsdichter toch die hiermee niet aan de slag kon.
Maar zo was het nu eenmaal…
De Muze is een grillige maîtresse.

Het algemeen thema van de nationale vrouwendag 2013 was “Stereotypen”.
Bots jij ook, zo vroeg het Vrouwen Overleg Komitee zich dat jaar af, op stereotypen die mensen voortdurend opdelen in hokjes als vrouw/man, kleur/wit, oud/jong...?
En de denkgroep wilde dat op deze Vrouwendag “met een genderbril” gekeken werd naar de stereotypen in het alledaagse leven en de clichématige verwachtingen ten opzichte van vrouwen, maar ook van mannen binnenstebuiten keren.
En kijk: mijn pen ging vanzelf op drift om het hardnekkige stereotype “sterke man/zwakke vrouw” tot de grond te slopen.

Geloof me maar, zoiets kan deugd doen.

Vrouwen

(voor wie zich aangesproken voelt)

Vrouwen van weleer,
die schuinigschots en slordig
over mij heen schaatsten
als over één nacht kwakkelend ijs,
die schijngeilig bij mij neerstreken
voor een korte tussenlanding
met al hun zuinige tederheid
als verdachte smokkelwaar
weggemoffeld in hun handbagage.

Vrouwen van voordien,
de doodlopende stegen
waarin ik verdwaasd
mezelf te pletter liep,
die mij schoorvoetend beminden,
aan wie ik, slafelijk en gedwee,
onhandige lippendienst bewees
en die ik als een stekeblinde
met mijn vingertoppen las.

Vrouwen van ooit eens,
als dwaallicht en als losse eindjes,
als lege schelpen op het strand.
te dikwijls een vage belofte
die niet werd ingelost
te vaak een vlucht vooruit
waarvan ik ontredderd thuiskwam
zoals van verre vreemde reizen,
met een jetlag aan het hart.

Vrouwen van geweest,
als jachthonden snuffelden ze
een onbestemde tijd rusteloos
door mijn dagen, tot ze weer
een nieuw geurtje in de neus kregen.
en vertrokken dan, als een begrafenisstoet,
haastig naar vergetelheid onderweg,
en op het eind waarvan
het verdriet al flink was uitverdund.

Vrouwen van destijds,
ze kruisten soms lukraak mijn pad
en leken dan, heel even maar,
alleen mij aan te kijken,
maar keek ik daarna achterom
dan waren ze alweer verdwenen.
ze draaideurden losjes door mijn leven,
ademden ongewisheid uit en maakten
van ieder bed een twijfelaar.

Vrouwen van voorbij,
ze waren mij als boeken:
uitgelezen gezelschap
tot ze uitgelezen waren.
soms zie ik hun beeld
nog eens vluchtig terug,
voorbijdwarrelend aan mijn raam,
op een grauwe novemberdag of zo,
als het oude wijven regent.

rik tulkens
stadsdichter Diest 2012-2014
stadsgedicht Nr 11