donderdag 5 december 2013

STADSDICHTER


Waarom wil een stad in godsnaam over een stadsdichter beschikken?
En waarom heeft iemand de steile ambitie om die titel te verwerven?
Een begin van antwoord op deze vragen vind ik alvast in onderstaande tekst van dichter, schrijver en bloemlezer Philip Hoorne (Kortrijk 1964).

De minstrelen van de moderne tijd
Philip Hoorne
In Knack - 10-05-2006 (uittreksel)
(…)

Wat drijft een stadsdichter?

Het antwoord is simpel: de eer, de publiciteit, de ijdelheid. Jazeker, willen al die stadsdichters zieltjes winnen voor de poëzie. Ongetwijfeld houden ze van hun stad en willen ze in scherpzinnige en knap geconstrueerde gedichten hun metier etaleren.
Maar niets gaat boven de kick van het gevraagd worden voor een unieke en prestigieuze post. De wetenschap dat vele anderen niet zijn uitverkoren maakt het genot compleet, want er kan er maar één de officiële stadsdichter zijn.
(…)

Hoe goed is de gemiddelde stadsdichter?
(…)
Zijn er andere normen en waarden in het spel als het om stadsgedichten gaat? Of is de kwaliteit alleenzaligmakend?
De vraag stellen is ze beantwoorden: ja en nee.
Ja, omdat ik vind dat, als we de goegemeente dan toch met de neus in de verzen duwen, het dan evengoed sterke verzen mogen zijn.
Nee, omdat het stadsdichterschap mij eerder een socioculturele dan een louter literaire functie lijkt.
In tal van steden en gemeenten wil de bestuurlijke overheid een 'good vibrations'-gevoel creëren of aanwakkeren.
Mensen moeten opnieuw buiten komen, elkaar ontmoeten en leuk vinden. Er moet gebarbecued, gezongen en gedanst worden.
Wie weet komen de koning en de koningin dan wel langs om vanaf een fleurige tribune met eigen ogen te zien dat het goed is. Wijken, pleinen en leien worden heraangelegd, verkeersarm of helemaal verkeersvrij met veel groen en open ruimte. Auto's - die asociale stinkerds van staal, glas en rubber - tuffen hoe langer hoe meer rond in parkeergeleidingssystemen en worden, eenmaal op de plaats van bestemming, ondergronds opgeborgen.
De burger moet zich weer prettig voelen in zijn biotoop en het is de taak van de stadsdichter om daaraan mee te werken door breed - doch mysterieus poëtisch - glimlachend op te duiken waar hij zich nuttig kan maken... en door die enkele gedichten te schrijven natuurlijk. Anders kunnen we een stadsdichter evengoed buurtwerker of maatschappelijk assistent noemen.

Zal de stadsdichter de samenleving redden?

Nee, dat mogen we van geen mens verlangen, zeker niet van een dichter, maar hoe dan ook is hij een betere investering dan een groenwerker die een halve werkweek op zijn spade leunt.

Zal de laaglandse bevolking binnenkort massaal poëzie verslinden?

Zelf een dichter zijnde, zou ik dat luidkeels toejuichen, maar ik maak me geen illusies.
(…)