donderdag 31 oktober 2013

EXIT STADSDICHTER

Rond “Gedichtendag” (traditioneel de laatste donderdag van januari) worden alom, in Vlaanderen en in Nederland, stads- en dorpsdichters na volbrachte taak uitgewuifd en meteen wordt dan ook een nieuwe lading woordenwichelaars officieel in dienst genomen.
De stads- of dorpsdichter heeft sinds het begin van deze eeuw, eerst in Nederland en later ook bij ons, een vaste plaats weten te veroveren.
Maar wat is een stads/dorps dichter?
Wikipedia definieert het als volgt:
Een stadsdichter of dorpsdichter is een dichter die door het bestuur van een gemeente wordt aangesteld om, meestal gedurende een in de tijd beperkte periode, gedichten te schrijven over die stad en over de gebeurtenissen die er plaatsvinden. Deze functie ontstond vanaf 2001 naar het voorbeeld van de in 2000 benoemde Dichter des Vaderlands."

Een stads- of dorpsdichter wordt geacht gedichten te schrijven en die eventueel zelf voor te dragen bij officiële gebeurtenissen in de gemeente, gedichten waarin het actuele plaatselijke “nieuws” op een ludieke of kritische wijze wordt belicht.
Dat doende wordt hij ook geacht naar godsvrucht en vermogen bij te dragen tot het sensibiliseren van de plaatselijke bevolking voor poëzie. Eerder dan zwaar ronkende, onbegrijpelijke kwatrijnen te produceren moet de stadsdichter daarom een toegankelijke, soms ludieke toer op gaan. Sommigen beweren zelfs dat hij meer cabaretier of clown moet zijn dan poëet..

Zijn werk moet hij uiteraard in alle vrijheid kunnen doen, zonder censuur dus vanwege zijn opdrachtgevers. De stadsdichter mag dan al bij momenten een (kleine) luis zijn in de pels van het bestuur, hij moet zich vooral niet geroepen voelen om de leiding van de oppositie op zich te nemen...
Ieder zijn taak!

Tijdens mijn mandaat heb ik de stadsdichter van Bornem ontmoet, die met enkele oneerbiedige gemeentelijke dichtwerken in conflict was geraakt met de burgemeester en zijn college.
Met als gevolg: een weigering van de raad om bepaalde versjes in de bundel met stadsgedichten op te nemen. Wie wil er nu de onbeschoftheden aan zijn adres financieren?
“Censuur!” krijste de stadsdichter en hij verhinderde dan maar de gehele publicatie en bracht die online uit onder de titel “De verboden gedichten”. Succes verzekerd! Het succes van de verboden vrucht. En het gevoel een belangrijk pamflet aan de mensheid te hebben afgeleverd...

Zo niet deze stadsdichter dus.
In de geest waarmee ik mijn mandaat begon (met mijn stadsgedicht “Diest”), zo heb ik het ook afgesloten: met ook in mijn 24ste en laatste stadsgedicht warme woorden voor de gezellige, mooie en liefelijke stad waar ik ben opgegroeid en waar ik zo vele jaren mocht wonen.
Aldus een zachte en moeizame strijd voerend tegen de woekerende verzuring die op de sociale media zo prominent aanwezig is.
Moge mijn opvolger die “strijd" met succes verder zetten.


Metamorfose

(te 50°59 NB - 05°03 OL)

Diest was toen nog
een slaperige provinciestad
waar wij ongeduldig opgroeiden,
de straten en de pleinen,
nog niet door de auto vergiftigd,
waren ons onbetwist privébezit
en tot laat in de smalle avonduren
ons vertrouwde speelterrein.

de Warande was dag na dag
ons eigen gratis pretpark,
onze wilde avonturentuin,
waar wij, met zelfgemaakte
houten sabels,
telkens en telkens weer
de Saracenen onverbiddelijk
van het Tafelrond verdreven.

de Halve Maan was
ons zuiders, witte strand
waar wij, als jonge zeehonden,
heel behendig zwommen,
om nadien, naar adem happend,
kansloos te verdrinken
in de bodemloze ogen
van dat onpeilbare meisje

waarmee wij onze eerste
danspassen schuifelden,
onhandig deinend
op de honingzoete tonen
van The Platters,
die Schijf na Schijf na Schijf,
uit de Wurlitzer jukebox
kwamen getuimeld.


Diest is vandaag
een rups die vlinder werd.
in de gezellige binnenstad
heupwiegt de Demer wederom
wellustig in zijn oude bedding.
Park Cerckel ademt groen
en verstuift bijwijlen nostalgie
naar haast vergeten tijden.

en als het ook maar even zomert
dan trekt de Grote Markt
een opwaaiende bloemenjurk aan,
opent daarbij gastvrij de armen,
en als er iemand roept “tafeltje dek je!”
dan worden hier, heel barmhartig,
de dorstigen gelaafd
en de hongerigen gespijsd.

op het Begijnhof heeft
de Catharinakerk zich eindelijk,
losgerukt uit het knellend korset
van haar aangekoekte steigers,
en daar vergapen zich nu,
in pure bewondering, de toeristen
die aangespoeld komen
over de golvende kasseien.

en terwijl Den Amer de stad
doet zinderen onder het geweld
van de ingehuurde kunstenmakers,
ontwaakt daarginds, hoog boven
op de heuvel, na intensieve
mond aan mond beademing,
zichtbaar tevreden,
Citadellus, de Oude Reus.

rik tulkens
stadsdichter Diest 2012 - 2015
stadsgedicht Nr 24