maandag 18 november 2013

25 JAAR BIBLIOTHEEK




Op 10 mei 2014 werd met ingetogen luister het 25 jarig bestaan onze Stedelijke Bibliotheek gevierd.
Ik noem het toch maar “ingetogen luister” want de regionale pers, die doorgaans geen braderie, geen spaghetti-avond, geen halve sponsorloop, geen optreden van een of andere over het paard getilde “zanger(es)” (met of zonder baard) aan zich laat voorbij gaan zonder uitgebreide nabeschouwingen, bleek zich geenszins bewust van dit gebeuren en van de historische draagwijdte ervan.
Slechte communicatie zal daarvan wel de oorzaak geweest zijn.
En voor wie zich de vraag stelt: is het dan wel echt gebeurd als het niet in de gazet of op TV is gekomen?
Het antwoord is: Ja!.
Ja, het is gebeurd. Ik heb het zelf mogen meemaken.
Het siert hoofdbibliothecaris Guido Arnauts en zijn enthousiast team dat ze bij deze gelegenheid ook nog even de gilde van de Diesterse stadsdichters in de vitrine hebben willen zetten.
Dichters voelen zich natuurlijk onnoemelijk thuis in een bibliotheek: zij bezetten er met hun bevlogen uitwasemingen (vaak in patrimoniumvretend, eigen beheer, uitgegeven boekjes) een rekje waaraan de doorgesneden bibliotheekbezoeker schichtig voorbij gaat. Maar dit kan de ijdelheid van de poweten niet fnuiken!
En kijk: zaterdagmorgen 10 mei 2014 tussen 10 en 11 uur (een voor dichters natuurlijk uitgesproken ongepast nachtelijk uur..) mochten, voor een beperkt maar select publiek (kinderen en kleinkinderen, geliefden, nonkels, tantes, fanclub en toevallige binnenwaaiers), de vier stadsdichters (mooi aangevuld met de dorpsdichteres van Tessenderlo) even hun overrompelend ding doen.
De huidige stadsdichter kon deze greep naar de onsterfelijkheid niet aan zich voorbij laten gaan..
Na lectuur van enkele evergreens (toegejuicht door kinderen, kleinkinderen etc..) belichtte de huidige stadsdichter nog even het Titanic-gehalte van de poëzie in onze contreien. En pleitte hij voor een frisse wind.
Hij deed dat met volgende tekst.

SLAM POETRY

Poëzie is niet echt een genre dat goed in de markt ligt.
Misschien ligt dat trouwens ook wel aan de vele warhoofdige dichters die teksten produceren waarbij de lezer zich vertwijfeld afvraagt waarover het zou kunnen gaan..
En dan mag nog elk jaar op het einde van januari een heuse gedichtenweek worden georganiseerd, veel meer dan wat tijdelijke aandacht voor de poëzie lokt dat echt niet uit.
Het blijft een beetje een krampachtige poging om aandacht te vragen voor een soort zeldzame, weliswaar ongevaarlijke aandoening en voor de ongelukkige zonderlingen die er aan lijden…
In Nederland - en nu ook meer en meer in Vlaanderen - wordt een poging gedaan om de poëzie te populariseren door het organiseren van “poetry slam”-avonden (to slam = smijten, slaan)
Enkele zogenaamde "slamdichters" gaan daarbij op een podium een wedstrijd met elkaar aan, meestal in een café waar vaak een heuse boksring wordt opgebouwd,.
Binnen een bepaalde tijd en in een bepaald aantal rondes dragen ze hun teksten voor en het publiek of een jury bepaalt wie de winnaar is.
Bij het declameren maakt de slamdichter gebruik van intonatie, ritme en lichaamstaal en een slamgedicht wordt meestal gekarakteriseerd door toegankelijkheid (oef!!), humor en een energieke stroom van woorden, waardoor het soms enigszins op “rappen” lijkt.
Bij poetry slam is de kwaliteit van voordracht in elk geval even belangrijk als de inhoud. 
Slam-poetry wil poëzie van het volk zijn!
Laat ons vlug een boksring opbouwen in Den Amer!
Een betere performer dan ik zou daar dan met volgende tekst, die ik tijdens Bib25 tussen de aanwezigen gooide, misschien de tegenstander een flinke klap om de oren kunnen geven…

Overvloed
(voor de arme kindjes van Afrika)

wintersokken, hondenbrokken,
een schilderij voor aan de wand,
onderrokken, wandelstokken,
een flexibele opbergmand,

automatten, bier in kratten,
zelfbedruipend maandverband,
watten tegen aderspatten,
worsten en chateaubriand,

onderbroeken, schoteldoeken,
korrels voor de kattenbak,
appelkoeken, boldriehoeken
tandpasta met ammoniak,

patersbier, behangpapier,
belegen Gouda-kaas uit Polen,
een knuffeldier, een deurscharnier,
een HD-ready pepermolen,

een bloemenvaas, een varkensblaas,
pruimen in hun eigen nat,
muskietengaas en kersenvla's,
een pratende angorakat,

sperziebonen, microfonen,
afwasmiddel zonder schuim,
anemonen, naaipatronen
sigaret en tabakspruim,

pachidermen, regenschermen,
witte selder uit Transvaal,
isothermen, middenbermen,
een complete biljartzaal.

vraag niet: wat tracht hij uit te leggen?
en zoek maar niet naar de moraal,
ik wilde heel eenvoudig zeggen:
den Aldi heeft het allemaal !!

rik tulkens
stadsdichter Diest 2012-2014
stadsgedicht Nr 16