woensdag 27 november 2013

VLEUGELS

Na enkele omzwervingen in de nasleep van de tweede wereldoorlog (via Westmalle, Poulseur en Leopoldsburg) wordt in 1953 de Citadel van Diest de standplaats van het 1 bataljon Para-commando. Een boogscheut verwijderd van de vertrouwde Drop Zone van Schaffen.
Vanaf dat ogenblik overheersen de Para’s, het stadsbeeld.
Hoe vaak zag ik ze niet afgepeigerd hijgen over de Vesten: zwaarbepakt in de zomer, in lichte sportkledij in de winter.
En al maakte de stad ook kennis met de ongedisciplineerde hormoonopstoten van het jonge krijgsvolk en werden café “De Valk” en dancing “Elysée” geregeld het slagveld voor wilde stamineegevechten, de bevolking, sloot “onze” Para’s figuurlijk in de armen. 
Heel veel Diesterse meisjes deden dat ook letterlijk. 
En de lokale middenstand moest op geen enkel ogenblik worden overtuigd van de voordelen die een garnizoensstad opleverde.
In 1997 aanvaardde de stad Diest het peterschap over het bataljon en die affiliatie zou de onverbrekelijke band met de eenheid bestendigen. 
Veel eerder al, in 1979, werden op de Grote Markt van Diest voor de allerlaatste keer de rode mutsen plechtig uitgereikt.
Ook nadat het bataljon geroepen werd de Citadel te ontruimen ingevolge het krampachtig maar hopeloos bevochten plan “De Crem” van 2011, blijft de stad jaar na jaar zijn Para’s met genegenheid terug ontvangen tijdens hun jaarlijkse “Remember-day”.
Op 31 augustus 2013 werd hiervan de derde editie georganiseerd op de heilige grond van de Citadel.

Voor die gelegenheid schreef ik “Vleugels”, waarmee metaforisch gereflecteerd wordt naar mijn eigen jeugd. Alweer nostalgie.


Vleugels

(voor "onze" Para's)

de vooraanstaanden stààn
natuurlijk niet van voren,
ze zìtten prominent vooraan,
te blinken in de floere najaarszon
die scheert over de eretribune,
hier op deze heel bescheiden
maar groot genoemde markt
van onze oude garnizoensstad.

terwijl Pegasus, het nobele rijdier
van de goden en de dichters,
over de goudbeschenen daken zeilt
staan hier, roerloos in Spartaanse rijen,
Belgiës beste zonen klaar om
na weken van martiaal labeur,
hun vleugels uitgereikt te krijgen
en fier-wijnrode mutsen.

Ik sta erbij en kijk er naar en mijmer:
ooit was ook ik hier gretig jong
en klaar om het leven roekeloos
naar de keel te grijpen
er toen nog vast van overtuigd
dat het weinige dat al was geweest,
onherroepelijk zou verbleken
bij het vele dat nog komen zou.

hier in deze stad zette ook ik,
met veel vallen en weer opstaan,
met builen en met blutsen,
mijn allereerste stappen
op de hindernissenbaan
die men leven noemt en kreeg ook ik
mijn levensvleugels opgespeld,
klaar om hoopvol uit te vliegen.

waarna ik dan, daarnamaals,
met wijnrode oortjes en slechtgemutst,
op die frêle wassen wieken,
in een vermetele vrije val
en in verbeten overgave, net als
die stoere jongens, te vaak
uit de lucht getuimeld ben, en leerde
dat wie durft niet altijd wint.

rik tulkens
stadsdichter Diest 2012-2014
stadsgedicht Nr 9