vrijdag 22 november 2013

KUNSTKAAI 2013

Voor Kunstkaai 2013, de alternatieve kunstmarkt die elk jaar weer weet te verbazen en die inmiddels een vaste waarde is in het doorploegde Diestse winterse landschap, werd mij gevraagd een tekst te schrijven voor een “video-performance” die in een diabolische combinatie van gekmakende lichteffecten, duidelijk hoorbare maar onoorbare muziek en gestileerde danspasjes van Circus- en dansatelier Twist kon worden ondergesneeuwd.
Ik schreef voor dit sprookjesachtige Kaaifestival dan maar een soortement “sprookje” dat ik opdroeg aan Hans Christian Grimm.
“Fout!”, hoor ik je denken, “je zult hetzij Hans Christian Andersen bedoelen, hetzij de Gebroeders Grimm!”
Dat zou logisch zijn ja, maar het verhaaltje heet nu eenmaal "Verkeerd sprookje" en het is zowel een beetje Anders als een beetje Grimmig.

Maar dat zal de aandachtige lezer misschien zelf ontdekken.



VERKEERD SPROOKJE

(voor Hans Christian Grimm)

Heel lang geleden, toen de politici en de andere dieren nog konden spreken, leefde, heel ver hier vandaan, in het land van Okselhaer, een koning met zijn enige dochter.
Het prinsesje was, zoals dat van een prinsesje wordt verwacht, een bloedmooi en intelligent kind. Eigenschappen die nochtans, ook toen reeds, zelfs bij het gewone volk, een zeer zeldzame combinatie waren voor een meisje.
En omdat zij op haar goudblonde haren altoos een hagelwit mutsje droeg, werd ze aldra, niet alleen alhier maar ook aldaar, door iedereen "Sneeuwkapje" genoemd.

Een koningin was er niet meer. Die was jaren geleden door de koning verbannen nadat ze, royaal beschonken en al rokend in bed, een ganse vleugel van het historische paleis in de laaiende fik had gezet. Waarbij menig afschuwelijk kunstwerk van onschatbare waarde in de vlammen was opgegaan.
"Annus horibilis" voerde de koningin nog tevergeefs ter verdediging aan toen ze door gewapende paleiswachten met hardhandige dwang uit het domein van Okselhaer werd verwijderd. Tijd om op de heenweg broodkorstjes te strooien werd haar zelfs niet gegund.
Sinds die dag leefde de koningin vereenzaamd op den buiten en maakte ze zich nuttig in het bestuur van een plaatselijke praatgroep voor incontinente bejaarden. Waarvan de leden trouwens, onder haar bezielende leiding, aardig wat meer zelfbedruipend waren geworden.
In haar levensonderhoud voorzag de gewezen koningin door sporadisch als karakterdanseres op te treden in softpornoshows van een landelijke commerciële zender. Waarvan de naam hier niet mag worden genoemd teneinde de kroon niet nog meer te ontbloten.
Alleszins werd de gevallen koningin nimmer nog gezien op het paleis. Zodat al de voorgaande details haaromtrent dus in feite niet ter zake doen voor de verdere gang van dit verhaal.

Omdat de koning vaak met de trein op staatsiebezoek moest werd het kleine, lieve prinsesje opgevoed door een gouvernante. Die weliswaar rookte noch dronk, edoch die, zoals dat wel vaker gaat, deze schijnheilige deugden bekocht met een ongemeen hardvochtig karakter.
Het arme prinsesje was dus niet gelukkig. Ook al had ze dan al wat haar hartje lustte, ook al kon ze heel vorstelijk leven. Neen, materieel ontbrak het haar aan niets. Want als ze weende dan rolden er zowaar echte diamanten over haar kaken. En als ze heel erg verkouden was, dan hoestte ze enkel geld op.
Het koningskind stond echter bloot aan de voortdurende pesterijen van de ganse vadsige koninklijke hofhouding. Waarbij vooral de Eerste-Minister er een handje van weg had om haar telkens in het voorbijgaan een gemene opcentiem rond de oren te verkopen. Of om haar geniepig en uiterst slinks in de geldbeugel te knijpen. Of in een andere erogene zone.

Zo kwam het dan ook dat Sneeuwkapje, op de ogenblikken dat zij geen onderricht hoefde te krijgen in "handje wuiven", in "lintje knippen" of in "aidspatiëntje kussen", meestal het grote kasteelpark in vluchtte. Om daar, aan de rand van de diepe vijver, heel alleen te gaan spelen met de gouden bal die ze ooit van haar overgrootmoeder had gekregen.
En zo gebeurde het op een dag dat het prinsesje al spelend haar kostbare gouden bal uit de handen liet glippen en hem tot haar grote ontsteltenis in het diepe water van de vijver zag verdwijnen.
Overvloedig weende het prinsesje. Diamanten met tuiten huilde ze. Hetgeen onmiddellijk - dat zal de bemiddelde en aandachtige lezer niet verbazen - een ineenstorting van het De Beers-aandeel op de beurs veroorzaakte.

En toen ook het prinsesje op instorten stond, zag ze plots, op de rand van de vijver, een enorme groene kikker zitten. Die haar, zijn haar netjes achterover gekamd, met grote ogen uitpuilend zat aan te kijken.
"Maar kikker toch," stamelde het prinsesje door haar diamanten tuiten heen, "waarom hebt U toch zo een grote ogen?"
"Verkeerd sprookje", blafte de kikker.
Bij wijze van spreken natuurlijk, want kikkers kunnen zoals geweten niet echt blaffen. 
"Wilt U liever even ter zake komen?"
Het hoeft niet gezegd dat er na deze onbeschaamde aanpak een kleine menopauze viel daarginds in het park. Maar toen ze begreep dat enkel dit brutale dier haar enige hoop was om ooit nog opgekikkerd door het leven te gaan, vertelde het prinsesje honderduit.
Over de verbanning van haar liederlijke moeder. Over haar hardvochtige gouvernante. Over de gretig potelende Eerste-Minister. Over haar ongelukkige jeugd kortom. En hoe logischerwijs dientengevolge haar gouden bal in het water was gesukkeld.
"Nou, dat kan ik wel oplossen" zei de kikker, die zonder een kik te geven vorsend had geluisterd en die daartoe, door enige toverkunst geholpen, zijn oren had gespitst.
"Ik heb al hetere ballen uit het vuur gehaald.
Als jij maar belooft me nadien als beloning een kus te geven, dan snorkel ik je familiejuwelen wel even op. Dan kan jij misschien meteen mijn eigen klein probleempje oplossen. Want hoewel je dat op het eerste zicht niet zou zeggen: ik ben namelijk een prins van koninklijken bloede. Die, wegens enig geknoei van mijn vader met de gewestplannen, door een heel boze heks werd betoverd. Mijn wit paard en mijn imposante kroonjuwelen inbegrepen. En enkel de kus van een nog maagdelijke koningsdochter kan die betovering doorbreken. En van mij terug een viriele, geile troonopvolger maken die van wanten weet”.
Nou, daar had de puberende prinses wel rode oortjes naar. Want een wit paard had ze altijd al graag gehad.
" Wel?", zei de kikker, "Wie het schoentje past trekke het aan!".
"Verkeerd sprookje weliswaar" zei de prinses, "maar ik beloof het!"
Waarop de kikker, nog voor ze van gedachten kon veranderen, met een nogal overbodige driedubbele schroef achterwaarts, in het water dook.
En even later stond hij zowaar met de gouden bal onder de natte oksel terug aan de rand van de vijver.
Toen ze haar gouden bal terug zag was het prinsesje zo opgetogen dat ze, zoals beloofd, spontaan haar maagdelijke lippen hartstochtelijk op zijn koel smoelwerk drukte.
Groot was echter haar ontgoocheling toen ze merkte dat de kikker niet veranderde in een geile prins met een wit paard, maar wel in een overrijpe pompoen, getrokken door vier grijze muizen.
"Helemaal verkeerd sprookje…" mompelde het prinsesje nog, en verviel dan in een ondoorbrekelijk stilzwijgen.

Het was hartje winter en dus was de vorst in het land. Niet alleen aan de grond maar ook onder thermometerhut. En toen die bij het diner zijn dochter compleet verstomd aantrof boven haar bouchée à la reine, was hij zeer bedroefd.
De koning was besluiteloos.
En hij deed wat besluiteloze koningen dan doen: hij nam een koninklijk besluit.
Waarmee hij gebood dat de meest vermaarde geleerden van het koninkrijk in het paleis hun opwachting zouden maken. Om uit te vorsen welke geheimzinnige kwaal de prinses had getroffen. En om te trachten haar vooralsnog tot het geven van al was het maar één enkele koninklijke kik te verleiden.
Maar niets kon baten…
Zelfs niet de overijlde overkomst uit het buitenland van professor Marie Thumas, een vermaarde kik-vorster die met haar weliswaar conservatieve methoden reeds menige groene prinses met succes had behandeld. En van wie iedereen wist dat ze een boon had voor het koningshuis.
De prinses gunde haar zelfs geen blik…

En voor de rest van haar dagen bleef het droeve prinsesje sprakeloos voor zich uit staren. En deed ze geen bal meer. Wat weliswaar van koningskinderen verwacht wordt, maar niet in deze verontrustende mate.
En slechts in uitzonderlijk heldere ogenblikken mompelde ze iets dat, volgens haar kamermeisjes, nu eens op "wit paard", dan weer op "verkeerd sprookje" geleek.
Wie zal het verbazen dat sinds die dag, in het land van Okselhaer, het spreekwoord geldt:
"Beter een koele kikker in bed dan een pad in de korf".

rik tulkens
stadsdichter Diest
stadssprookje