dinsdag 26 november 2013

HOFHEIDE


Vroeg of laat
is alles calciumfosfaat..

Eind juli 2013 viel volgend opbeurend schrijven via de dienst Cutuurbeleid in mijn mailbox en weerhield al mijn (nog) levende aandacht:

Aan het college van burgemeester en schepenen,
Aan de informatieambtenaar, de stads(dorps)dichter
Beste,

Binnenkort zal het crematorium Hofheide officieel geopend worden.
Hofheide is op zoek naar een passend gedicht, dat mee de ziel van het crematorium zal vormen. Dit gedicht (of proza stukje) zal in brochures staan, op de website, op tal van publicaties van het crematorium.
U heeft misschien een stads- of dorpsdichter in huis. Wij kijken uit naar een mooie tekst.
Wij kunnen alle mooie teksten gebruiken en verwerken bij ceremonies, maar de (volgens ons) mooiste tekst krijgt een VIP statuut.
Wij bieden de dichter:
- onsterfelijkheid van zijn/haar gedicht
- een plaat met het gedicht in het gebouw
-de mogelijkheid om het gedicht zelf voor te dragen op de officiële opening
-een VIP behandeling tijdens de officiële opening

Tips voor de dichters/schrijvers
- het gebouw is opgetrokken uit zichtbeton en cortenstaal
- het gebouw ligt in een natuurgebied en is omgeven door een vijver
- het mag dan wel voor een crematorium zijn, directe verwijzing naar dood kan misschien vermeden worden maar mag suggestief aanwezig zijn.

Wij kijken uit naar uw ideeën, die we graag zien toekomen tegen uiterlijk 25 augustus, via mail of op onderstaand adres.

Met vriendelijke groeten,
Jacques Roggen
Directeur

De stadsdichter bladerde in zijn archieven en het gedicht “Als kringen in het water” werd met onderhavig schrijven aan de verantwoordelijke Cultuurbeleid als bijdrage ingezonden.

Beste Falke,

Het is natuurlijk nogal pikant te vernemen dat de directie van uitgerekend een crematorium "onsterfelijkheid" belooft aan de schrijver van een passende tekst die de “ziel” van hun recyclagefabriek weet te vatten en hem bovendien een VIP-behandeling belooft (weliswaar tijdens de officiële opening, maar toch: angst slaat mij om het hart...
Een passende tekst, wars van elke "directe verwijzing naar de dood"... zo wordt gevraagd. Een aanbeveling met een hoog “don't mention the war-gehalte” dus…
Anderzijds staat het wel vast dat "dichters" natuurlijk onsterfelijkheid als het grootste goed beschouwen, daarvoor doen ze het uiteindelijk, daarom schrikken ze er zelfs bij gelegenheid niet voor terug om de dood zelve als muze op de schoot te nemen.
Maar de "ziel van een crematorium" - al dan niet opgetrokken in "zichtbeton en cortenstaal", met, voor de dode momenten, een leuke zwemvijver op loopafstand… ik weet eigenlijk niet goed wat ik me daar moet bij voorstellen...
Want de dood heeft zoveel gezichten.
Hein overvalt ons nu eens brutaal bij daglicht, als een onverbiddelijke struikrover.
Dan weer komt hij als een dief in de nacht en graait alles stiekem weg,.
Of hij werkt als een geduldige afbreker, dag na dag, steen per steen.
De modus operandi bij zijn werkzaamheden kan verschillen, maar dat onderscheid blijkt niet uit wat uiteindelijk uit de schouw dwarrelt.
Ik heb geen tekst klaar die "de ziel" van een crematorium verwoordt.
Ik heb wel ooit een tekst geschreven voor het doodsprentje van mijn Mimi.
Ze werd 94 jaar.
En ze is in schuifkes van mij heen gegaan.
Elke dag werd de afstand weer wat groter.
Ze heeft er een tien jaar over gedaan.

Als jij denkt dat deze tekst een deel van de “ziel van een crematorium in zichtbeton en cortenstaal” kan vertolken of geschikt is om gedeclameerd te worden aan de oever van de zwemvijver, dan mag je erover beschikken en het als Diesterse bijdrage verzenden.
Verzeker in voorkomend geval het copyright voor de stad.
En laat ons hopen dat ons, net voor de verassing, een verrassing wacht...

Onsterfelijke groeten,

rik

Mijn gedicht werd niet als winnaar weerhouden.
Geen onsterfelijkheid!
Geen VIP-behandeling!
Val nu dood zeg!

Als kringen in het water

(voor Mimi)
Oude mensen sterven
niet schielijk. 

Ze zijn jaren bezig
ons te verlaten.
Ze drijven langzaam
van ons weg.
Elke dag een beetje.
In kleine stukjes.
Tot alles op is.

Net zoals,
wanneer men
een steen
werpt in een vijver,
de golving steeds verder
van het invalspunt afdrijft,
aan kracht verliest,
en aan een onzichtbare grens
onmerkbaar
terug opgaat
in het grote water.

rik tulkens
stadsdichter Diest 2012-2014
stadsgedicht Nr 10